Navigatoriaal

Cum laude sta-aan wij alhier, verenigd, verwant. Het ga-anse-e ha-art ve-ervuld,
Roemrucht in heel o-ons Nederland.
In heel ons wezen zijn wij-ij trots op NSV.
Sedert zestig, niet met de meute mee,
T was Dawson Trotman die ‘t begon op volle zee.

REFREIN:
Navigators, roept ieder lid nu luid,
Wij koersen a-als éé-één lichaam vol vooruit.

Uit lage la-ande-en komt wat mooi is en sterk,
Saâmbi-inde-end fu-unda-ament,
Kaas, polder, tulpe-en, klomp en kerk.
En ’t Koningshuis getrouw to-ot aan de laatste snik.
Nederlanden, historie, roem en eer,
Nuchter, blikkend op de dagen van weleer.

Refrein

Een biertje i-in de-e hand, een mooi belverhaal,
Nacht, mo-ore-es, so-ociëteit.
En v’reen’gingsdasse-en overal.
Na hoog geblaat of rivaliteit, frituur erbij.
Hé, blijf nog even, de avond is nog jong
Eén, klein, laatste glaasje nog, dat streelt de tong.

Refrein

Mattheus a-achte-entwintintig is, waar ’t ontspruit,
Blijmoe-oedi-ig paraderen wij,
En dragen ‘t verenigingsmotto uit.
Kring, mentor, nestor en de-e staf houden ons scherp.
Epibreren, doen wij ook af en toe,
Nooit, nee, nooit geraken wij ’t student-zijn moe.

Refrein

De kern van ’t sa-ame-en zijn: relaties, gebed,
Met me-ede studenten in gesprek
Aangaande vrijhei-eid en de wet.
Kracht, liefd’, vergeving, voor iedereen, gevat in Schrift.
Evangelie, en ’t feit dat ik studeer,
Noopt mij lui-uidkeels te zingen: ‘k Navigeer.

Refrein